Roolvink_Paradox_CR_HR

‘De paradox in de theorie over massavorming’ verdient een plek op de brandstapel

Inhoud

Over de totstandkoming van dit interview.. 

Inleidend. 

Wat is massavorming?. 

Toch beweer je in je boek dat massavorming gevaarlijker is dan Desmet onderkent, kun je dat kort toelichten? 

Hoe verhoudt zich dit geweld tot je bewering dat de massamens een hoogst moreel mens is?. 

Hoe zie je in dat kader de framing met woorden als ‘wappie’, ‘wetenschapsontkenner’, etc.?. 

Wat is de paradox in de theorie over massavorming?. 

Wat zou je willen dat lezers ten minste uit je boek halen?. 

Wat kunnen we over deze onderwerpen nog meer van je verwachten?. 

Over de totstandkoming van dit interview

Dit interview is op de volgende wijze tot stand gekomen. Maurice de Hond en James Roolvink, auteur van  het boek ‘De paradox in de theorie over massavorming’ (uitgeverij Aspekt), hebben elkaar eerst gesproken. Maurice heeft in dat gesprek duidelijk gemaakt waar zijn interesse naar uitgaat, namelijk een verklaring te vinden hoe het kan dat mensen nog steeds niet de feiten onder ogen kunnen zien, over bijv. het bestaan van aerosolen bij de verspreiding van virussen, dat mondkapjes niet werken tegen virussen, etc.. Hoe te verklaren dat mensen de feiten niet willen of kunnen zien nu alle angst voor het gevaar van covid voorbij lijkt te zijn? De angst is geen raadgever meer en toch lukt het niet iedereen de feiten onder ogen te zien. Welke verschillende verklaringen zijn daarvoor te geven vanuit ‘De paradox in de theorie over massavorming’? Uit deze interesse, deze vraagstelling van Maurice, zijn een aantal vragen voortgekomen die James vervolgens schriftelijk beantwoord heeft.

Inleidend

Naast het feit dat ‘De paradox in de theorie over massavorming’ een heldere uitleg bij en kritisch commentaar op de ‘Psychologie van het totalitarisme’ is van Mattias Desmet, is het een boek dat op heel veel punten tegen voor ons vanzelfsprekende intuïties ingaat. Dat maakt het een spannend boek.

De reden daarvan is dat het boek geschreven is vanuit een hele nieuwe eigen ontwikkelde leer over hoe zelfbewustzijn ontstaat. Die leer wordt in grote lijnen ook in het boek uit de doeken gedaan. Dat gedeelte is misschien wel het meest waardevol, maar in de aard van de zaak zelf het moeilijkst te begrijpen, want om te beschrijven hoe het…jouw…zelfbewustzijn ontstaat moet je beschrijven hoe ‘je’ (zelfbewust) was voordat je (zelfbewust) was. Dat is als geheel wakker zijn in je slaap voor je wakker wordt. Het gaat hier om de kunst van je dromen onthouden. Kortom een heel interessant én uitdagend boek waar je niet zomaar bij weg kan dromen. (https://uitgeverijaspekt.nl/boek/de-paradox-in-de-theorie-over-massavorming/ 820 blz.).

Ook is dit interview uitdagend omdat er in een heel kort bestek heel veel de revue moet passeren. Het is zeker aan te raden het interview meerdere malen te lezen om echt goed het subtiele punt te begrijpen. Voor wie nog geïnteresseerd zijn om vooraf een inleiding op het boek van Desmet te lezen verwijzen kunnen de eerder verschenen artikelen raadplegen:

https://maurice.nl/2022/02/06/lees-mee-in-de-psychologie-van-totalitarisme/

https://maurice.nl/2022/02/13/deel-2-lees-mee-in-de-psychologie-van-totalitarisme-hfdst-1/

https://maurice.nl/2022/02/23/lees-mee-in-de-psychologie-van-totalitarisme-hoofdstuk-2/

Wat is massavorming?

Een voorlopige definitie in het kader van dit interview zou deze kunnen zijn: wanneer een groot aantal mensen spreekwoordelijk achter elkaar aanloopt in cirkels, een groot aantal mensen denkt wat men denkt en doet wat men doet, dan is iedereen volger en een door de massa zelf gemende massamens. De massa wordt dan niet gemend/geleid, door bijv. een aantal complot smedende menners/leiders. Dat elkaar volgen leidt echter wanneer je achteruit kijkt tot de illusie dat je veel volgers hebt en heel zelfstandig bent. Een massamens kan alleen maar achteruit kijken en meent dat hij zelfstandig kan denken en handelen. Een massamens kan zelfs gaan menen dat hij zelf de massa te ment/leidt – bijv. omdat hij hoog op de maatschappelijke ‘voedselketen’ staat.

Door het samen snel in rondjes lopen voelen mensen dat ze bestaan, dat er wat gebeurt, dat ze zelfstandig zijn, maar zoals bij mieren die in zo’n cirkelgang blijven doorrennen door uitputting sterven, heft zo’n massa zich vanzelf op, dus het is altijd een tijdelijk verschijnsel. Er is namelijk geen richting, geen werkelijke visie. Dat intrinsiek tijdelijke kan hoopvol zijn. (Zie voor een mierenkring/doodsspiraal: https://www.youtube.com/watch?v=3Rup3EdA0kw).

Toch beweer je in je boek dat massavorming gevaarlijker is dan Desmet onderkent, kun je dat kort toelichten?

Een mens die in de massa opgaat, een ‘massamens’, verliest niet zijn zelfbewustzijn, maar vindt daar juist zijn zelfbewustzijn in het werkelijke gevoel van geheel zelfstandig te zijn. De massamens is geheel afhankelijk van de massa qua denken en handelen en het is een illusie dat de massamens zelfstandig is. Het bewuste gevoel van die illusie van zelfstandigheid, een zelf te zijn, is wel echt. Je krijgt dan een soort placebo-effect van zelfbewustzijn, want door te geloven in de illusie krijgt die illusie wel een reële werking. Kijk maar hoe effectief schijnbewegingen zijn bij het voetbal! De subjectieve schijn heeft een objectief effect.

Via de massa kan een massamens dus pas voor het eerst zelfbewust worden. Het is een spookachtig zelfbewustzijn. Er is dus geen sprake van hypnose om je tot de massa toe te laten treden, want dat veronderstelt een reeds bestaand zelfbewustzijn dat gehypnotiseerd kan worden, maar dat bestaat nu juist pas door in en vanuit de massa zelfbewust te zijn. Het bewustzijn van de massa vormt het zelfbewustzijn. In mijn duiding maak ik een elementair onderscheid tussen ‘bewustzijn van iets’ en het ‘zelfbewustzijn’. Een bewustzijn van iets is zonder zelf. Bij de massamens is dat iets de massa. Dat iets kan bijv. ook het Rechtvaardige zijn, maar bij de massamens is dat iets de massa. Het zelf, het zelfbewustzijn, van iemand wiens bewustzijn bewustzijn van Rechtvaardigheid is, heeft als het ware een hele andere kleur. Dat zelf wordt niet gekleurd door de massa, maar door Rechtvaardigheid. ‘Wakker-zijn’ is in deze context geen hogere bewustzijn, maar een schoner kleurrijker bewustzijn. Een foto van een foto is ook geen hoger soort foto. Die kwaliteit, dat schonere, reinere, helderdere, zien we terug in de kwaliteit van de foto.   

Hoe dan ook Desmet bouwt zijn analyse mede op vanuit het begrip hypnose en suggereert dat het toetreden tot een massa een min of meer vrije zelfbewuste keuze is. Een keuze die moreel getoetst moet worden evenals handelingen gedaan als massamens binnen de massa. Hij maakt dus het elementaire onderscheid tussen ‘bewustzijn van iets’ en ‘zelfbewustzijn’ niet. Zijn analyse van hoe zelfbewustzijn ontstaat is niet grondig genoeg. Hij veronderstelt in die ontstaansgeschiedenis reeds het bestaan van het zelfbewustzijn. Daarom kan hij de massamens slechts beschrijven als een verstoord, minder zelfbewust, dus enigszins gehypnotiseerd, zelfbewustzijn dat zich uitdrukt in narcisme en neurose.

De narcist en neuroot hebben een minder sterk zelf dat zij steeds proberen te bevestigen door controle uit te oefenen. De narcist in mijn idee oefent controle uit door andere mensen te willen mennen, hen te willen overheersen door te zeggen hoe zij over zichzelf moeten denken en de wereld. De neuroot oefent vooral controle uit op zichzelf door dingen te willen mennen. Alles moet volgens de regeltjes gebeuren voor de neuroot. Zó moet je iets afwassen, zó moet je iets netjes in de kast zetten, zó moet je je gedragen, etc..

In mijn opvatting zijn narcisme en neurose slechts gevolgen en geen oorzaken van massamens-zijn. Narcisme en neurose zijn hersenziekten, maar die vinden hun oorzaak op een veel lichamelijker niveau dan de lichamelijke hersenen. Veel meer beneden op laten we zeggen nog veel ‘onbewuster’ niveau. Het niveau van de levenskracht, die de Grieken de psuche, noemen waar ons woord ziel (psyche) vandaan komt.

Waarom is massavorming in mijn optiek dan gevaarlijker? Neem het even voor waar aan dat een mens zijn zelfbewustzijn pas via de massa kan voltrekken dan is het rationeel ter discussie stellen van de waarheid van de massa, het heersende ‘narratief’, een aanval op de massa en dat kan een massamens ervaren als aanval op zijn zelfbewustzijn. Je valt de massa aan en daarmee het bewustzijn van de massa en als er geen massa is waarvan je bewust kan zijn dan kan er ook geen zelfbewustzijn ontstaan. Een kritisch vraag over de waarheid van de massa, die de rol van ‘grote druppel’ bij de verspreiding van virussen als enige oorzaak aanneemt en daarom meent dat mondkapjes werken tegen de verspreiding van virussen, ervaart de massamens als een aanval op zijn eigen zelf(bewustzijn).

Neem je dan ook in acht dat het zelfbewustzijn van het lichaam is, wat dus niet wil zeggen dat het door het lichaam veroorzaakt is, dan is een aanval op die waarheid, bijv. dat mondkapjes niet werken, een aanval op zijn of haar lichaam – althans zo ervaart de massamens dat letterlijk. Ze kunnen niet naar rationele argumenten luisteren omdat je ze in hun lichamelijke vitaliteit raakt. Dan is het niet irrationeel dat ze geweld ‘terug’ gaan gebruiken ter zelfverdediging. Je valt met je woorden letterlijk hun lichaam aan.

Daarmee kun je de verschrikkelijke moord ook op Theo van Gogh ook verklaren. Theo van Gogh meende dat woorden slechts in de virtuele ruimte van de publieke ruimte konden galmen en echoën en dus nooit en te nimmer de fysieke lichamelijke ruimte konden bereiken. Theo van Gogh meende dat woorden een virtueel iets zijn en zag niet dat dat iets voor de moordenaar juist alles was, hetgeen waarmee zijn bewustzijn zich verhield om tot zelfbewustzijn te komen. Theo van Gogh was een rationeel zelfbewust mens en was zich gelijk Desmet niet bewust van hoe dit zelfbewustzijn ontstaat. Dat gebrek aan inzicht is hem heel duur te komen staan.

Hoe verhoudt zich dit geweld tot je bewering dat de massamens een hoogst moreel mens is?

Massamensen spreken over mensen als dissidenten en over dissidenten, die de waarheid van de massa ter discussie stellen, als walgelijk. Het walgelijke houdt verband met het onreine monsterlijke. Het is immoreel om monsters (die beweren dat vaccins in wezen gentherapie zijn en niet werken tegen het tegenhouden van besmettingen van een gemanipuleerd virus…) niet te bestrijden, want ze ondermijnen al het leven. Ze vernietigen niet alleen levens van anderen, dat zou ‘slechts’ immoreel zijn, maar ook dat van zichzelf, dus het zijn onreine monsters, het pure kwaad op zichzelf, het kwaad in eminente zin. De massamens ziet de dissident niet meer als mens, maar als monster en het is moreel goed monsters te bestrijden (met alle gruwelijke gevolgen van dien wanneer je een mens als een monster ziet).

De dissident kan op zijn beurt terecht bang worden van de massa massamensen en de massamens als monsterlijk gaan zien, namelijk als monsterlijk massamens en ook blind worden voor het menszijn van de massamens.

Moraliteit plaats ik dus op het niveau van het zelfbewustzijn en de termen onrein en rein plaats ik op het niveau van het bewustzijn van iets. Is dat iets een onreine mundane (wereldse) massa van in elkaar krioelende achter elkaar in cirkels lopende wezens dan wordt het bewustzijn van het onreine een onrein bewustzijn. Het onreine bewustzijn leidt tot een profaan moreel zelfbewustzijn. Moraliteit als het je neurotisch aan regeltjes houden omdat het moet ontstaat uit onreinheid. Wanneer het bewustzijn van iets bijv. op iets heiligs als Rechtvaardigheid gericht is dan is dat bewustzijn van rechtvaardigheid rein te noemen. Een rein bewustzijn leidt niet tot moraal, maar tot deugdelijk handelen, dus tot deugd. Een deugd is bijv. moed. Als je moedig handelt handel je niet volgens een voorschrift, een a priori altijd geldende regel als ‘je moet luisteren naar de overheid als zij eisen een niet-werkend mondkapje op te doen, want als niemand meer luistert is er totale chaos’,  maar handel je moedig wat er ook gedaan moet worden in die concrete situatie. Handel je vanuit moed dan zul je kans hebben rechtvaardig te handelen.

Hoe zie je in dat kader de framing met woorden als ‘wappie’, ‘wetenschapsontkenner’, etc.?

Hoewel woorden ook tot agressie kunnen leiden zorgen woorden als ‘massamens’, ‘wappie’, ‘complotdenker’, ‘schaap’, ‘geatomiseerd subject’ (de academische naam voor schaap), etc. mijns inziens juist voor het verminderen van agressie. Door iemand als ‘wappie’ te benoemen maak je die mens onschadelijk door die mens in wezen dom te noemen. Door die mens niet serieus te nemen hoef je niet tot gruweldaden over te gaan. Je ziet die mens namelijk niet als onrein walgelijk monster, maar gewoon als dom mens. Die woorden tonen juist de medemenselijkheid aan die er tussen mensen uit verschillende kampen bestaat.

Het elkaar framen is in die zin positief dat het nog een ‘laatste’ veiligheidsmechanisme is elkaar niet de kop in te gaan slaan.

Roolvink_Paradox_CR_HR

Wat is de paradox in de theorie over massavorming?

In het boek worden minstens zeven paradoxen weergegeven, maar een van de paradoxen, die Desmet ook op het spoor is, is dat naarmate een samenleving meer door massavorming beheerst wordt er meer kansen zijn om complotten te gaan smeden. Kortom naarmate de theorie over massavorming, als alternatieve theorie t.o.v. de theorie dat er een wereldwijd complot gaande is, om totalitaire regimes te verklaren meer waar is wordt ze minder waar en wordt de theorie meer waar die beweert dat juist complotten ons eerst tot een massa smeden en zo een totalitair regime inloodsen of ons direct een vrij toegangskaartje aansmeren om goede burger in zo’n totalitair regime te worden.

Op die manier krijg je een beetje een kip-ei-verhaal: massavorming leidt tot complotten en complotten sturen aan op massavorming. Overigens kom ik zelf in het boek met nog een andere theorie om totalitarisme te verklaren dan massavorming of menselijke complotten. Laten we zeggen dat de haan het allereerst is.

Wat zou je willen dat lezers ten minste uit je boek halen?

Ten eerste dat de lezers de leeswijzer ‘schaapachtig’ volgen! Ten tweede dat massavorming niets te maken heeft met een mechanistisch wereldbeeld, een mechanistische ideologie, zoals Desmet meent. Dat is historisch gezien echt lariekoek. Het wereldbeeld van de nazi’s was vitalistisch en zelfs ‘spiritueel’ te noemen (in de zin dat ze een geestelijk aspect in de werkelijkheid herkende) en i.i.g. zette zij zich juist af tegen het mechanistische wereldbeeld. Toch was er in Duitsland sprake van massavorming. Massavorming is dus ook niet op te lossen door iedereen een waarachtige mens- en wereldbeeld voor te schotelen. Meen je dat wel dan onderken je het gevaar van massavorming toch niet volledig. Dan meen je dus weer dat alles met rationele argumenten, dus op het niveau van het zelfbewustzijn, nadat het zelfbewustzijn reeds gevormd is, op te lossen is.

Massavorming heeft dus niet zozeer te maken met de geloofsinhoud van wat je gelooft, maar hoe je(zelf) gelooft. Dat ‘hoe’ betreft een dimensie die vooraf gaat aan dat zelfbewustzijn, namelijk dat van de levenskracht, dus het bewustzijn van iets. Dat ‘hoe’ zien we terug op deugdelijk handelen in vooral hoe je iets doet. Via dat ‘hoe’ stuit je weer op de vraag naar wat zelfbewustzijn is. Ik hoop dat die vraag lezers zal interesseren in vragen rondom het ontstaan van zelfbewustzijn, de onderlinge relaties tussen zelfbewustzijn tijd, schijn, causaliteit en intersubjectiviteit (de relaties met en tussen andere zelfbewustzijnen) en mijn antwoorden op die vragen. Deze relaties zijn nu voor het eerste in de overgeleverde westerse geschiedenis van het denken beschreven.

Het ligt natuurlijk in de aard van de zaak zelf, het onderwerp ‘het ontstaan van het zelfbewustzijn’, dat het belang van deze zaak niet gezien wordt omdat de zaak zelf niet gezien wordt. Mijn boeken kunnen niet eens op de brandstapel belanden omdat om (de waarde van) het boek te zien, moet je zelfbewustzijn voor je zelfbewust bent, dus moet je wakker kunnen zijn in je dromen om wakker zijn als je wakker wordt.

Wat kunnen we over deze onderwerpen nog meer van je verwachten?

Ten eerste heb ik inmiddels een boekje geschreven getiteld ‘Over schijn en massavorming’ en dat gaat over een twee denkers van 500 v. chr. uit de klassieke oudheid, Parmeneides en Herakleitos, dachten over massavorming. (https://www.amazon.nl/Over-schijn-massavorming-Herakleitos-Parmeneides/dp/B0BTJBY58S/ref=sr_1_8?crid=2ONFVILNKBMG2&keywords=james+paul+roolvink&qid=1684320546&sprefix=%2Caps%2C140&sr=8-8 ). Heel genuanceerd en subtiel dachten zij en ook zij verbonden het vraagstuk van hoe massavorming ontstaat met het ontstaan van het zelfbewustzijn. Dat begrip massavorming en aanverwante begrippen zijn veel ouder dan de 19de eeuw (zoals Desmet meent). Het is werkelijk al van alle tijden.

Ten tweede ben ik zojuist klaar met een boek getiteld ‘(Het) herinnerd(e) bewustzijn’ waarin ik de leer over het ontstaan van het zelfbewustzijn verder uitdiep door te verhelderen wat de verschillen zijn tussen: zelf, individualiteit, persoonlijkheid, geest, ziel, leven, ik, Ego, eenheid van bewustzijn, bewustzijn van eenheid, enzovoorts. Meestal wordt dat allemaal op één massale hoop gegooid. In die massa, die puinhoop, probeer ik licht te werpen en nauwkeurig het een van het andere te onderscheiden en in de juiste volgorde te zetten. Zoals je hierboven al kunt afleiden gaat bewustzijn van eenheid vooraf aan de eenheid van bewustzijn. Dat iets waar je je bewust van bent is namelijk een eenheid. De eenheid van bewustzijn kun je het individuele zelfbewustzijn noemen.

Er is veel gewonnen als je tot het bewustzijn komt dat een woord als ‘zelfbewustzijn’ dat we de hele dag gebruiken of veronderstellen helemaal niet helder is. Je kunt autorijden, zonder te begrijpen hoe een auto werkt. Je kunt zelfbewustzijn, zonder te weten hoe het zelfbewustzijn ontstaat. Word Max Verstappen een betere coureur als hij ook weet hoe een auto werkt? Misschien niet als zijn kennis van de mechanica ten koste zou gaan van zijn trainingsuren, maar wel als hij die kennis al had. Ook zal hij zijn presentatie achteraf, na zijn carrière, beter begrijpen als hij kennis heeft van de raceauto waarin hij naar de overwinning reed. Dat begrip leidt er niet toe dat hij verloren races zal gaan winnen, maar hij zal verlies en winst beter begrijpen. Dat begrip verzacht het verlies soms en laat de winst soms meer glimmen.

De zin van deze zware theoretische exercitie over het ontstaan van zelfbewustzijn en hoe zelfbewustzijn gerelateerd is aan intersubjectiviteit, is o.a. dat ik daarmee de grondslagen kan leggen voor een ‘communautair libertarisme’, zonder een beroep te hoeven doen op ‘zelfbewuste’ moraal. Libertarisme is het idee van een samenleving zonder staat. Het is het idee dat we mensen zijn en geen burgers. Door de staatsinstituties zijn we getraind dan onmiddellijk te denken dat libertarisme tot anarchistische chaos leidt. Op het moment dat die gedachte onmiddellijk in je opkomt ben je zelf wellicht nog een massamens. Of toch mens?

Mei 2023

Geef een reactie